ErfbelastingSimulator

Gids — 7 min leestijd

Schenken of laten erven: wat is fiscaal voordeliger?

Het is dé kernvraag van elke vermogensplanning: geef je je vermogen bij leven door via een schenking, of laat je het na via de erfenis? Fiscaal is het antwoord in Vlaanderen meestal duidelijk — schenken is goedkoper — maar de juiste keuze hangt af van wat je schenkt, aan wie, en hoeveel controle en zekerheid je zelf wil behouden.

De tarieven naast elkaar

De erfbelasting in rechte lijn en tussen partners loopt progressief op: 3% tot € 50.000, 9% van € 50.000 tot € 250.000 en 27% daarboven, apart berekend op het roerend en het onroerend deel per erfgenaam. Voor broers, zussen en verdere verwanten of vrienden lopen de tarieven op tot 55%.

De schenkbelasting is opvallend milder. Roerende goederen — geld, effecten, een kunstcollectie — schenk je geregistreerd tegen een vlak tarief van 3% in rechte lijn en tussen partners, of 7% aan alle anderen, ongeacht het bedrag. Wie € 500.000 aan een kind nalaat via de erfenis, ziet daar al snel tienduizenden euro's belasting op wegen; wie hetzelfde bedrag geregistreerd schenkt, betaalt € 15.000. Het verschil groeit naarmate het vermogen groter is.

Roerend schenken: geregistreerd of via bankgift

Bij een geregistreerde schenking betaal je meteen de vlakke 3% of 7%, en daarmee is de kous fiscaal af: het geschonken bedrag verdwijnt definitief uit je nalatenschap, ook als je de dag nadien overlijdt. Je koopt met andere woorden zekerheid.

De hand- of bankgift zonder registratie kost 0% schenkbelasting, maar draagt een voorwaarde in zich: de schenker moet nog minstens drie jaar leven. Overlijdt hij of zij binnen die verdachte periode, dan wordt de schenking fictief bij de nalatenschap gevoegd en betaalt de begiftigde er alsnog erfbelasting op, tegen de progressieve tarieven. Wie twijfelt over zijn levensverwachting kan een eerdere bankgift overigens alsnog laten registreren; vanaf dan geldt de vlakke schenkbelasting en vervalt het risico.

Onroerend schenken: progressief, maar spreidbaar

Vastgoed schenken is duurder dan roerend schenken, maar nog steeds vaak goedkoper dan laten erven. In rechte lijn en tussen partners betaal je 3% tot € 150.000, 9% van € 150.000 tot € 250.000, 18% tot € 450.000 en 27% daarboven. Voor alle anderen gelden 10%, 20%, 30% en 40% over dezelfde schijven.

Het interessante zit in de tijd: de progressie wordt berekend over de schenkingen van de voorbije drie jaar tussen dezelfde partijen. Wie om de drie jaar een deel van een onroerend goed schenkt, start telkens opnieuw in de laagste schijf. Een woning van € 450.000 in één keer schenken aan een kind kost € 49.500; dezelfde woning in drie delen van € 150.000 met telkens drie jaar ertussen kost driemaal € 4.500, samen € 13.500.

De niet-fiscale kant: controle en zekerheid

Gegeven is gegeven: een schenking is in principe onherroepelijk. Wie te veel of te vroeg wegschenkt, kan zichzelf klem zetten wanneer zorgkosten oplopen of het leven anders uitdraait dan gepland. De eerste regel van elke schenkingsstrategie is daarom: hou zelf ruim voldoende over.

Er bestaan wel technieken om controle in te bouwen. Je kan schenken met voorbehoud van vruchtgebruik, zodat je de huurinkomsten of het genot van het goed behoudt. Je kan lasten en voorwaarden koppelen aan de schenking, zoals een periodieke rente of een vervreemdingsverbod. Zulke modaliteiten vragen maatwerk bij de notaris, maar ze maken het verschil tussen roekeloos weggeven en doordacht doorgeven.

Wanneer laten erven tóch de betere keuze is

Schenken is niet altijd het antwoord. Wie een bescheiden vermogen heeft, blijft met de erfbelasting vaak grotendeels in de schijf van 3%, zeker nu de langstlevende partner de gezinswoning vrijgesteld erft plus € 75.000 roerend vrij ontvangt. De besparing van een schenking weegt dan niet altijd op tegen de kosten en het verlies aan flexibiliteit.

Ook leeftijd en gezondheid spelen mee. Wie op zijn vijfenzestigste nog decennia voor de boeg heeft, kan gerust gefaseerd schenken; wie op hoge leeftijd zijn hele vermogen nog snel wil wegschenken, botst op de verdachte periode en op praktische grenzen. En soms is de eenvoud van een goed testament gewoon waardevoller dan een web van schenkingen dat niemand nog overziet.

Maak de rekensom voor jouw situatie

De juiste mix verschilt van gezin tot gezin: roerend schenken tegen 3%, vastgoed gespreid per drie jaar, een deel bewust laten erven binnen de laagste schijven. De cijfers hierboven geven de bouwstenen; de optimale combinatie volgt uit jouw vermogen, gezinssituatie en comfortmarge.

Wil je zien wat elk scenario concreet kost, simuleer je situatie op de homepage: de simulator vergelijkt de erfbelasting met de schenkroutes op basis van de Vlaamse tarieven van 2026. Hou er rekening mee dat zo'n berekening indicatief is en geen juridisch advies vervangt — voor de uitvoering ga je best langs bij een notaris.

Benieuwd wat dit voor jouw nalatenschap betekent?

Veelgestelde vragen

Hoeveel scheelt schenken tegenover erven in rechte lijn?

Bij roerend vermogen betaal je bij een geregistreerde schenking vlak 3%, terwijl de erfbelasting oploopt tot 27% boven € 250.000. Op een roerend vermogen van € 500.000 per kind scheelt dat al snel tienduizenden euro's. Bij vastgoed is het verschil kleiner maar meestal nog steeds aanzienlijk, zeker als je gespreid schenkt.

Kan ik een schenking terugdraaien?

In principe niet: gegeven is gegeven. Alleen tussen echtgenoten zijn schenkingen buiten het huwelijkscontract herroepbaar. Daarom bouw je controle beter vooraf in, bijvoorbeeld via voorbehoud van vruchtgebruik of via lasten en voorwaarden in de schenkingsakte.

Is een bankgift altijd belastingvrij?

De bankgift zelf kost geen schenkbelasting, maar overlijdt de schenker binnen de drie jaar, dan wordt het bedrag fictief bij de nalatenschap gevoegd en betaalt de begiftigde er erfbelasting op. Je kan een bankgift wel op elk moment alsnog laten registreren tegen 3% of 7% om dat risico af te kopen.

Disclaimer. Deze simulator geeft een indicatieve berekening op basis van de Vlaamse tarieven zoals van kracht op 1 januari 2026, met een vereenvoudigd verdelingsmodel (vruchtgebruik en huwelijksvermogensrecht worden niet gemodelleerd). Dit is geen juridisch of fiscaal advies. Raadpleeg voor een sluitende successieplanning altijd een notaris of vermogensplanner.